Luxemburg en Brussel, West-Europa’s meest moorddadige hoofdsteden?

Gisteren verscheen in de online krant van zowel De Morgen als De Standaard een artikel over een merkwaardige statistiek. Het aantal moorden per inwoner zou in Luxemburg het hoogst zijn van alle hoofdsteden in West-Europa, met Brussel als betreurenswaardige tweede in de ranglijst. In grootsteden als Parijs, Madrid  of Rome zou men verhoudingsgewijs veel minder vaak aan het moorden gaan.

Dat een klein (en schijnbaar vredevol) stadje als Luxemburg deze illustere ranglijst aanvoert, deed me de wenkbrouwen fronsen. Zou het? De bevindingen komen rechtstreeks uit het rapport ‘Global Study on Homicide 2013’ van de United Nations Office on Drugs and Crime. Toch niet meteen het eerste het beste instituut. In deze blogpost probeer ik hun bevindingen in een breder perspectief te plaatsen.

Om het aantal moorden per inwoner (voor de West-Europese hoofdsteden) te berekenen is informatie nodig over het inwonersaantal en het aantal moorden per hoofdstad. Deze informatie kan relatief gemakkelijk van de website van Eurostat gehaald worden. Cijfers over inwonersaantal per stad kan hier gevonden worden. Het aantal moorden per stad hier. Het mooie van deze data is dat er gegevens zijn van 2003 tot 2012. Het nadeel is dat er geen gegevens zijn voor het jaar 2013, het jaar waarop de ‘Global Study on Homicide 2013’ is gebaseerd.

Hieronder de moordratio’s (per 100.000 inwonders) voor tien West-Europese hoofdsteden (Merk op: eventuele ontbrekende data voor wat betreft inwonersaantal heb ik aangevuld uitgaand van een lineaire trend. Er was geen ontbrekende data voor aantal moorden.):

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Amsterdam 3.7 2.6 3.2 0.5 3.6 1.5 3.2 1.3 1.5 2.2
Berlijn 2.1 1.9 1.5 2.3 1.8 2.2 1.8 1.2 1.2 1.3
Brussel 4.8 4.0 3.2 3.6 1.9 4.2 3.1 2.8 2.1 2.6
Lissabon 2.0 1.9 2.9 3.1 2.8 2.0 1.0 1.1 1.1 2.0
Ljubljana 1.1 2.6 1.5 0.4 1.1 0.0 0.4 1.1 1.4 0.7
Luxemburg 0.0 1.2 1.2 4.7 3.5 3.4 5.6 0.0 3.2 0.0
Madrid 2.3 1.5 1.4 1.5 1.2 1.2 1.0 0.9 0.7 0.9
Oslo 2.1 1.5 1.7 1.7 1.5 2.1 1.2 0.9 3.2 1.3
Parijs 2.5 0.9 1.5 1.3 1.5 1.6 1.1 1.9 1.8 1.8
Rome 1.1 1.2 1.4 1.2 1.3 1.1 1.2 0.4 1.2 0.9

Wanneer een ratio in het rood is weergegeven, betekent dit dat een stad voor een gegeven jaar tot de twee meest ‘moorddadige’ steden behoorde (uit dit arbitraire lijstje). Een groene ratio betekent dan weer dat een stad voor een gegeven jaar tot de minst ‘moorddadige’ steden behoorde. Hieronder een grafische weergave van 3 van de 10 hoofdsteden uit de tabel (alle 10 de steden weergeven leidt tot een onleesbare grafiek).

plotFiguur 1: Een stad met relatief hoge moordratio (Brussel), relatief lage
moordratio (Parijs) en een stad met erg variabele moordratio (Luxemburg)

Een tweetal zaken vallen hierij op:

Ten eerste, het aantal moorden per 100.000 inwoners was in Brussel het voorbije decennium hoog in vergelijking met andere West-Europese hoofdsteden. Men zou inderdaad kunnen stellen dat de kans om vermoord te worden voor een Brusselaar hoger is dan die voor een Romein of Parijzenaar. In dit opzicht zijn de krantenkoppen in De Morgen of De Standaard terecht.

Anderzijds, Amsterdam behoort in de ‘Global Study on Homicide 2013’ tot de landen met een eerder lage moordratio (1.3 per 100.000) en wordt in de krantenartikelen aangehaald als ‘veiliger’ stad, hoewel de cijfers van het voorbije decennium aantonen dat Amsterdam eerder tot de West-Europese hoofdsteden met hoge moordratio behoort.

Ten tweede, Luxemburg is een stadje van extremen (wat betreft de moordratio’s toch). Het voorbije decennium is de stad jaar na jaar ofwel een van de meest veilige, ofwel een van de meest moorddadige West-Europese hoofdsteden. Dat Luxemburg in ‘Global Study on Homicide 2013’ als stad met hoogste moordratio naar boven komt betekent nog niet dat dit ook de gevaarlijkste stad zou zijn. Door de erg kleine kans op moord (minder dan 0.006% per jaar) in combinatie met het relatief kleine inwonersaantal van de stad (ongeveer 100.000) is de waargenomen moordratio erg variabel over de jaren heen. Er hoeft daar bij wijze van spreken maar één gezinsdrama te gebeuren en het stadje schiet naar de top van de ranglijst.

Dit fenomeen doet wat denken aan het ‘Kleine gemeente, fijne gemeente’-probleem dat ik in een eerdere blogpost besprak. En dit is inderdaad een variatie op hetzelfde thema: stel dat de (jaarlijkse) kans om vermoord te worden in alle West-Europese hoofdsteden exact gelijk is, dan zouden we zien dat het waargenomen aantal moorden veel meer variabel is voor kleine hoofdsteden, dan voor grote hoofdsteden. In deze paper wordt hierop meer in detail ingegaan.

Conclusie: Neem een kritische houding aan ten aanzien van lijstjes. Vaak worden daar de hoogste en laagste posities ingenomen door kleine landen/steden/gemeenten/… die veel meer variabliteit vertonen op de variabele in kwestie dan de middenmoters. Het is dan ook vaak voorbarig om grote verklaringen te koppelen aan die extreem goede (of slechte) uitkomsten. In dit specifieke geval kan het, gezien de erg kleine kans op moord, nuttig zijn om een langere periode dan 1 jaar te nemen om (kleine) steden met elkaar te vergelijken.

Advertenties